In de loop van het laatste decennium werd duidelijk
dat de chemische samenstelling van de atmosfeer
op wereldschaal verandert. Meer nog, de menselijke activiteiten
zijn er mede verantwoordelijk voor.
Het is daarom dat de experimenten uitgevoerd op de Pool
Ruimte geïntegreerd zijn in internationale programma’s
zoals Global Change. Om de fenomenen die de Aardatmosfeer
en het klimaat beïnvloeden beter te kunnen begrijpen,
bestudeert dit programma atmosferische mechanismen op
wereldschaal.
Daarbij gebruiken de experimentele programma’s
aan het
Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie een brede waaier aan middelen: waarnemingen
en metingen worden verricht vanuit aardobservatoria,
stratosferische ballons, raketsondes of aan boord van
ruimtetuigen zoals ruimteveren en satellieten. Meer
en meer hangt het ruimteonderzoek ook af van metingen
in het laboratorium. Bovendien is het theoretisch onderzoek
belangrijk, omdat bijvoorbeeld theoretisch
modelleren
noodzakelijk is voor de interpretatie van experimentgegevens.
De modellen brengen een verleden, een huidige en een
toekomstige atmosferische toestand in kaart.
De atmosferische milieustudies vereisen metingen van
een heel breed gamma aan deeltjes, gaande van lokale
bronnen (stadsvervuiling, vulkanische rookpluimen,…)
tot de atmosfeer in zijn geheel. De waarnemingen moeten
daarbij gespreid worden over een langere periode. Dit
is nodig om de lange termijn tendensen te kunnen onderscheiden
van de natuurlijke veranderingen die te maken hebben
met de seizoenen of andere cyclische fenomenen, zoals
de activiteit van de Zon.
De combinatie van verschillende soorten technieken en
meetplatformen (grondstation, vliegtuig, ballon, raket,
ruimteveer, satelliet) laat toe om goede resultaten
te verwerven. De experimenten aan de grond (foto 1),
in een ballon of in een vliegtuig blijven dankzij hun
nauwkeurigheid echter de voorkeur genieten bij studies
naar fysisch chemische processen.
De satellietinstrumente (video 1),
maken het mogelijk om deze studies te extrapoleren naar
een mondiale schaal. Ze voorzien in een constante wereldcartografie
van de belangrijkste atmosferische elementen en parameters.
Om daarbij ook een totaalvisie te hebben, integreren
de wetenschappers de verschillende processen in mathematische
informaticamodellen van de atmosfeer.
Wat betreft de meteorologische voorspellingen (foto 2),
is het onontbeerlijk om zo goed mogelijk de huidige
situatie te observeren. Er dient een zo precies mogelijk
beeld gemaakt te worden op een zo groot mogelijke schaal,
zowel aan het oppervlak als in de hoogte.
Om dat te doen, verzamelen de waarnemingsstations van
het KMI elke drie uur de voornaamste parameters zoals
de atmosferische druk, de luchttemperatuur, de richting
en de intensiteit van de wind, de bewolking, de luchtvochtigheid
en de hoeveelheid neerslag. Dit soort observaties worden
tegelijkertijd op gestandaardiseerde wijze uitgevoerd
over de gehele wereld.
Buiten de waarnemingen aan het oppervlak moet men beschikken
over waarnemingen in de hoogte. Deze zorgen voor een
driedimensionaal
beeld over de toestand van de atmosfeer. Op verschillende
plaatsen in de wereld verricht men dan ook aërologische.
sonderingen. In België realiseert het KMI er vier
keer per dag. Een ballon gevuld met waterstof (foto 3)
en waarop een radiosonde is vastgezet, stijgt tot op
een dertigtal kilometer. De metingen van de voornaamste
parameters worden verstuurd naar een ontvangststation
in Ukkel.
Naast de klassieke waarnemingen, zoals hierboven beschreven,
proberen sinds de jaren zestig satellietwaarnemingen
de tekortkomingen op te vullen. Meteorologische satellieten
in een baan
om de Aarde leveren op regelmatige tijdstippen beelden
van atmosfeerdelen. Het is dankzij deze dat we tijdens
de weerberichten op televisie de animaties die wolken
voorstellen, kunnen zien. Meer nog, de originele beelden
afkomstig van de satelliet hebben een grote wetenschappelijke
waarde.
Ook radarbeelden hebben de laatste decennia in belang
toegenomen. Deze beelden laten toe om in bijna werkelijke
tijd de verschuiving van neerslag te volgen.
De evolutie van ontladingen tijdens stormen (donderslag)
kan ook gevolgd worden op het KMI dankzij systeem SAFIR.
Door de enorme vooruitgang in het ruimteonderzoek zijn
we nu in staat om elk onderdeel van de stralingsbalans
te bestuderen op internationale schaal. Bepaalde instrumenten,
zoals in Ukkel ontwikkelde radiometers, dienen als internationale
referentie. De verkregen gegevens interesseren de gehele
wetenschappelijke gemeenschap die de veranderingen in
het klimatologisch evenwicht onderzoekt.
Het volgen en begrijpen van de watercyclus, om bij
te dragen aan een duurzame ontwikkeling en respect voor
onmisbare bestaansmiddelen, is een taak die bepaalde
wetenschappers passioneert.
Het meten van de hoeveelheid neerslag (foto 4)
is iets minder eenvoudig dan men op het eerste zicht
zou denken. Om een correcte evaluatie te maken van wat
een hydrologisch bassin ontvangt, moet men de meetinstrumenten
kiezen in functie van het type neerslag (regenbuien,
frontale regen,…).
Ook de verdamping
moet in acht genomen worden, ofwel door directe meting,
ofwel onrechtstreeks, vertrekkende van verschillende
parameters. De ontwikkeling van nieuwe middelen aan
boord van satellieten (video 2)
of aan de grond vereist dus hydrologen, gespecialiseerd
in het atmosferische gedeelte van de watercyclus, die
zich buigen over nieuwe uitdagingen. |