Astronomen kunnen sterren observeren van op de Aarde
of vanuit de ruimte. Op Aarde kunnen ze beschikken over
grote observatoria, zoals de
Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO, European Southern
Observatory). (foto 1)
Elke telescoop is voorzien van hoogtechnologische instrumenten.
De meest gebruikte detectoren zijn de CCD
camera's, die toelaten om zowel beelden als spectra
van sterren of sterrenstelsels
te registreren.
In de ruimte zorgen instrumenten als de Hubble Space
Telescope (foto 2)
voor uiterst gedetailleerde beelden voor de astronomen.
Op de hoogte waar Hubble zich bevindt, is er namelijk
geen atmosfeer
meer die de beelden verstoort en vertroebelt, zoals
op Aarde wel het geval is. Ook vele andere satellieten
werden ontworpen voor heel specifiek onderzoek: Hipparcos,
ISO, XMM,… Krachtige computers laten daarbij toe
om de gegevensstroom geleverd door de satellieten te
verwerken en te analyseren.
Om het onderzoek van de zon in de meest gunstige omstandigheden
te verrichten, voeren de zonnefysici van de Sterrenwacht
missies uit in de observatoria speciaal uitgerust voor
de studie van de Zon. (foto 3)
Ze beschikken daar over gespecialiseerde instrumenten
(interferometers)
om het zonnespectrum te analyseren. Deze onderzoekers
ontwikkelen en gebruiken ook aangepaste instrumenten
(kijkers voorzien van een polarisator)
om de zonnecorona te bestuderen. Normaal is die van
op de Aarde enkel zichtbaar tijdens de zonne-eclipsen.
Daarnaast kan de corona
ook geobserveerd worden door ruimtetelescopen die speciaal ontworpen zijn om de Zon te bestuderen, zoals SOHO (foto 4) en TRACE.
De verstrooiing van zonlicht door middel van een prisma
of een gelijkaardig verstrooiend instrument produceert
het “spectrum” van de zon. (foto 5)
Dit spectrum is belangrijk omdat het toelaat om de fysieke
omstandigheden (temperatuur, dichtheid, chemische samenstelling,…)
heersend binnenin de buitenste lagen van onze ‘ster
van overdag’ te kennen. Het meten van de lijnen
in het zonnespectrum laat toe om de chemische samenstelling
van de Zon te bepalen.
Vertrekkende van dagelijkse waarnemingen in een veertigtal
stations, wordt elke maand de internationale zonnevlekkenindex
(Sunspot Number), evenals aparte indices per halfrond
berekend en verspreid. Deze waarnemingen doen heel duidelijk
het cyclische karakter van de zonneactiviteit naar voren
komen. De Sterrenwacht biedt daarnaast ook onder meer
voorspellingen over de zonneactiviteit op middellange
termijn aan.
De onderzoekers van de Sterrenwacht en het Belgisch Instituut
voor Ruimte-Aëronomie nemen ook deel aan verschillende
projecten met als doel observatie, analyse, modelleren
en ten slotte voorspelling van fenomenen verbonden aan
de activiteit van de Zon. Dit gebeurt in het kader van
een nieuwe discipline die we Ruimteweer noemen.
De onderzoekers van het
Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie bestuderen de zonnewind,
wat hen toelaat om variaties te signaleren en conclusies
te trekken over de stabiliteit van verschillende structuren
aanwezig in de zonnewind en het transport van energie.
Een goed begrip van deze fenomenen laat ook toe om te
verklaren wat er dichterbij de Aarde gebeurt, in de
magnetosfeer. Dit onderzoek is mogelijk dankzij participaties
aan verschillende missies: ruimtesonde Ulysses (foto 6),
waarvan het doel vooral is om de eigenschappen van de
zonnewind rond de polen van de Zon te meten, de vier
satellieten van de Cluster-II-missie en de satelliet
SOHO.
|